Om bij te dragen aan de ontwikkeling van het individu en de samenleving, moeten cultuurvoorzieningen in Nederland toegankelijk zijn voor een breed publiek. Het Rijk is daarom verantwoordelijk voor spreiding van het Nederlandse cultuuraanbod. Dit betreft zowel geografische spreiding als toegankelijkheid (ongeacht woonplaats of sociaaleconomische achtergrond).
De geografische spreiding is expliciet opgenomen in de Wet op het specifiek cultuurbeleid (WSC). Het krijgt vorm door samenwerking van het Rijk met provincies en gemeenten. Op het terrein van toegankelijkheid heeft de overheid als doel dat kunst en cultuur open, betaalbaar en aansprekend is voor de hele samenleving. Waar nodig stimuleert het Rijk deelname aan activiteiten en aan bepaalde cultuurvormen waardoor de opbrengsten voor de maatschappij worden behouden.