Niet-westerse allochtonen hebben minimaal één ouder die is geboren in een niet-westers land. Zij volgen vaker dan Nederlanders en westerse allochtonen een lagere onderwijssoort. Wel neemt sinds 2005 onder alle herkomstgroepen het aantal havo- en vwo-gediplomeerden toe. Als oorzaak van de deelname- en prestatieachterstand van niet-westerse allochtonen aan hogere onderwijssoorten wordt de zwakke sociaaleconomische achtergrond van kinderen gezien. Het merendeel van de kinderen met een niet-westerse achtergrond in Nederland groeit op in gezinnen met een zwakkere sociaaleconomische positie dan die van gezinnen met een Nederlandse achtergrond. De cijfers laten ook zien dat niet-westerse allochtonen, ondanks een start in het vmbo, relatief vaak via een indirecte en langere leerroute alsnog de weg naar het hbo afleggen.