Trends in Beeld

Ontwikkeling aandeel havo/vwo leerlingen en aandeel hoger opgeleiden in bevolking, 35-54 jarigen

In de afgelopen jaren is het aandeel havo- en vwo-leerlingen in het voortgezet onderwijs met 10 procent-punt toegenomen. Een verklaring voor deze stijging is dat ouders steeds hoger zijn opgeleid. Dit heeft een positief effect op het begeleiden en stimuleren van kinderen naar een hoger opleidingsniveau. Uit onderzoek van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) blijkt dat kinderen van hoger opgeleide ouders een grotere kans hebben om naar het havo of vwo te gaan dan kinderen van lager opgeleide ouders. Uit hetzelfde onderzoek blijkt dat deze kansen echter wel in de loop der jaren zijn gedaald. In de jaren 50 van de vorige eeuw was de verhouding nog 7:1, dit daalde in de jaren 60 naar 6:1 en naar 4:1 in de jaren 70. Wanneer deze daling wordt doorgetrokken naar de jaren 2000, is de kans dat van twee kinderen met hoger opgeleide ouders er één naar het havo/vwo gaat. Wanneer deze verhouding wordt meegenomen in de ontwikkeling van het aandeel hoger opgeleiden van 35-54 jaar blijkt dat de stijgende trend van meer havo en vwo kan worden verklaard. Het aandeel hoger opgeleiden in de bevolking is tussen 2001 en 2010 met ongeveer 8 procent-punt gestegen. Dit correspondeert met de stijging van het aandeel havo- en vwo-leerlingen in dezelfde periode.

Ontwikkeling aandeel havo/vwo leerlingen en aandeel hoger opgeleiden in bevolking, 35-54 jarigen

Bron: CBS; OCW


Monitor Trends in Beeld